Advies bij aanschaf ademautomaat

 

Ademautomaten zorgen er voor dat je normaal kan ademen onderwater. Een ademautomaat bestaat uit een 1e trap, en 2e trap en een slang. De 1e trap sluit je aan op de fles en deze zorgt er voor dat de druk die doorgegeven wordt aan de slang verminderd wordt tot ongeveer 10 bar. De 2e trap oftewel het apparaat dat je in je mond hebt zorgt er voor dat de slangdruk verminderd wordt tot omgevingsdruk.



Op de ademautomaat worden meestal ook extra onderdelen gemonteerd. Zo is het gebruik van een octopus eigenlijk standaard. Dit is een extra 2e trap met slang, meestal geel, die je in noodgevallen aan je buddy kan geven. Verder sluit je op de 1e trap een duikconsole aan met minimaal een manometer om te kunnen zien hoeveel lucht je nog hebt. Tot slot zitten er inflatorslang(en) op je 1e trap die je trimvest en evt droogpak voorzien van luchttoevoer. De combinatie van al deze dingen heet ademautomatenset.



Als je een ademautomaat kiest kan je aangeven of je een INT of DIN 1e trap wil. INT is een beugelaansluiting die je over de kraan van de duikfles heen monteert. Dit is in Nederland nog steeds de standaardaansluiting, hoewel steeds meer duikers overgaan op een DIN aansluiting. Hiermee schroef je de 1e trap vast IN de kraan. Deze aansluiting is steviger, waardoor veel DIN ademautomaten geschikt zijn voor het gebruik van 300 bar duikflessen. Daarnaast is een 1e trap met DIN aansluiting compacter en lichter en dat reist prettiger.



Om je ademautomatenset compleet te maken heb je dus een ademautomaat, een octopus, een duikconsole en een inflatorslang nodig. De inflatorslang wordt meegeleverd als je een trimvest koopt. Als je deze nog niet hebt kan je de slang ook los kopen. De overige bijbehorende slangen worden altijd meegeleverd, tenzij anders aangegeven. We zullen de set altijd voor je monteren, tenzij je aangeeft dat je dat liever zelf wil doen. En om het kiezen makkelijker te maken hebben we een paar complete ademautomatensets voor je samengesteld in de gelijknamige categorie.

 

Een ademautomaat met een gebalanceerde of ongebalanceerde eerste trap

 

Zowel piston als membraam eerste trappen kunnen verder verdeeld worden in gebalanceerde en niet-gebalanceerde eerste trappen. Wanneer de cilinderdruk afneemt en/of de diepte toeneemt zal dit merkbaar zijn in de ademweerstand van de niet-gebalanceerde eerste trap. De prestaties zullen afnemen en het ademen zal wat meer moeite kosten. Door de moderne technieken is dit effect in de loop van de jaren echter wel wat afgenomen. Desalniettemin bieden gebalanceerde eerste trappen de meest constante prestatie ongeacht de diepte of cilinderdruk. 

 

Naast gebalanceerde en niet-gebalanceerde eerste trappen is er nog een derde systeem genaamd overgebalanceerde eerste trappen. Ook dit systeem zorgt ervoor dat de prestaties constant blijven ongeacht diepte of cilinderdruk  maar verhoogt de prestaties nog meer wanneer er naar een grotere diepte gedoken wordt. Het grote nadeel is echter dat deze eerste trap een grotere kans heeft om te gaan afblazen doordat de complete set wat gevoeliger is.

 

DIN of INT aansluiting

 

Er zijn twee soorten aansluitingen om een automatenset aan de cilinder te koppelen, DIN en INT. DIN is een nieuwere aansluiting welke tegenwoordig vaak 300 bar aan kan, de INT aansluiting kan slechts 232 bar aan. Door een aantal voordelen is de DIN aansluiting in populariteit aan het stijgen. Het is dan ook allang niet meer zo dat DIN slechts in Europa gebruikt wordt en INT in de rest van de wereld. Dit komt door het feit dat cilinders vandaag de dag vaak een kraan hebben welke gemakkelijk aangepast kan worden voor gebruik met beide systemen.

 

De DIN aansluiting biedt een veiligere koppeling tussen de kraan en de eerste trap. De o-ring zit bij het DIN systeem in de eerste trap en wordt met behulp van een schroefdraad in de kraan gedraaid, daardoor wordt de o-ring opgesloten tussen de kraan en de eerste trap. Het omzetten van een INT automatenset naar een DIN automatenset vereist iemand met verstand van techniek. Om een DIN naar een INT om te zetten heb je  slechts een kleine beugel nodig welke gemakkelijk mee op reis kan. 

 

Gebalanceerd versus een ongebalanceerde tweede trap

 

Net als met eerste trappen zijn ook tweede trappen te onderscheiden in gebalanceerde en niet-gebalanceerde varianten. Ook de voor- en nadelen zijn overwegend hetzelfde als bij de eerste trap. Wanneer de diepte toeneemt en/of de cilinder druk afneemt zal de niet-gebalanceerde tweede trap mindere prestatie leveren en daardoor zal het ademen wat meer moeite kosten. De gebalanceerde tweede trap biedt echter een constante prestatie ongeacht de cilinder druk en/of diepte. 

 

In tegenstelling tot de eerste trap is dit echter bij de tweede trap niet zo belangrijk. De luchtstroom is vaak zo ontworpen dat er een vacuüm ontstaat achter het diafragma waardoor de klep binnen de tweede trap open gaat zonder dat de duiker hiervoor hoeft in te ademen. Dit maakt het voor de duiker een stuk gemakkelijker om te ademen maar kan er voor zorgen dat wanneer de duiker aan de oppervlakte is de tweede trap nogal snel gaat afblazen. Met behulp van de knop aan de zijkant is het mogelijk om deze luchtstroom te beperken om zo het afblazen aan de oppervlakte te voorkomen. Wanneer de duiker onderwater gaat kan de knop naar het plusteken gezet worden voor optimale prestaties van de tweede trap.

 

Octopus

De octopus (alternatieve luchtbron) is eigenlijk een tweede trap en daarom zijn alle punten welke besproken zijn onder het kopje ‘tweede trap’ ook hier van toepassing. Er zijn echter nog een paar punten die hierbij meespelen. Een standaard octopus is voorzien van een gele cover en slang, hierdoor is deze beter zichtbaar en gemakkelijk te lokaliseren voor de buddy in een noodgeval. Ook is de slang langer dan bij de tweede trap, het doneren van lucht is daardoor gemakkelijker omdat de duikers wat meer ruimte hebben.

 

Er zijn ook octopussen verkrijgbaar die geïntegreerd zitten in de inflator. De voordelen hiervan zijn onder andere dat er een lagedruk poort minder gebruikt wordt en hij altijd beschikbaar is en gemakkelijk te vinden. Een nadeel is doordat de duiker zijn primaire tweede trap doneert (en daarmee de geïntegreerde octopus als luchtbron gebruikt) de slang korter is en de duikers minder ruimte hebben tijdens een opstijging.

 

Samenvatting

Bij een automatenset is het belangrijk te kijken naar de eerste trap, tweede trap, octopus, en wisselwerking hiertussen. Bij de eerste trap dient gekeken te worden naar het al dan niet gebalanceerd zijn, piston of membraan, het aantal lagedruk en hogedruk poorten en de aansluiting (DIN of INT). Bij de tweede trap is ook het al dan niet gebalanceerd zijn een eigenschap en ook de afstelknop van de ademweerstand is een aandachtspunt. Daarnaast dient een octopus bij voorkeur ook een duidelijke kleur te hebben en een lange slang te hebben. Nitrox tot 40% kan bij de meeste automaten gebruikt worden maar het is altijd aan te raden dit voor een aankoop eerst te laten bevestigen. Let tenslotte ook op de watertemperatuur waarin je verwacht de set te gebruiken en eventueel het gewicht als u veel duikreizen gaat maken.

 

Koopp nu jouw eigen ademautomaat

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Dutch Scuba Divers Den Haag

  • Wij zijn een full size duiksportcentrum welke 7 dagen per week geopend is.
  • 070 3227592
  • info@duikschool-denhaag.nl
Copyright 2018 Duikwinkelen, de online duikwinkel en diveshop van nederland. - Powered by Lightspeed
iDEAL PayPal MasterCard Visa American Express Maestro Discover Card Visa Electron
Door het gebruiken van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies om onze website te verbeteren. Dit bericht verbergen Meer over cookies »